"Een AOV verzekering wordt echt de helft niet goedkoper als deze verplicht wordt"

    Verbond geen voorstander van verplichte AOV
     Verbond geen voorstander van verplichte AOV

    Politiek gezien mogen er voorstanders van zijn en vanmorgen deed werkgeversvereniging AWVN ook een duit in het zakje, het Verbond van Verzekeraars is echter geen voorstander van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Volgens het Verbond betekent een verplichting bovendien niet dat de premie goedkoper wordt.

    Verbond geen voorstander van verplichte AOV
    Vanmorgen kwam werkgeversorganisatie Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN) met haar pleidooi voor een verplichte AOV voor alle werkenden, dus ook voor zzp’ers en andere ondernemers. De organisatie vindt nu dat de sociale zekerheid te scheef is verdeeld, doordat veel zzp’ers niet verzekerd zijn. Alle werkenden betalen aan deze verzekering mee door middel van een premie, die in het brutoloon of tarief van de werkende wordt verwerkt. De uitvoering van de verzekering vindt in het private domein plaats”, aldus de vereniging.

    Keuzevrijheid en maatwerk
    De verzekeraars zichten echter niet te wachten op een verplichte AOV, zo laat het Verbond weten. Een verzekeringsplicht, zoals vandaag werd bepleit door de werkgeversvereniging AWVN, doet volgens de brancheorganisatie geen recht aan de behoefte onder zelfstandigen aan keuzevrijheid en maatwerk.

    Geen verzekeringsbehoefte
    Het Verbond zegt met maatschappelijke organisaties in gesprek te zijn over de vraag op welke manier de verzekeringsgraad onder zzp’ers kan worden verhoogd, met behoud van keuzevrijheid. Daarbij kijkt het Verbond naar zowel de toegankelijkheid als de manier waarop zzp’ers hun keuzes bepalen. Het Verbond houdt daarbij oog voor het feit dat een aanzienlijk deel van de zzp’ers geen verzekeringsbehoefte heeft, bijvoorbeeld omdat ze over andere inkomstenbronnen of vermogen beschikken.

    Hoge Raad: AO-verzekeraar heeft handelingsvrijheid bij medische keuring

     Verzekeraars zijn vrij om zelf een keuringsarts aan te wijzen om het percentage arbeidsongeschiktheid bij hun verzekerden vast te stellen. Ook het hanteren van een bezwaartermijn van 30 dagen is geen oneerlijk beding. Dit blijkt uit prejudicieel oordeel van de Hoge Raad in een conflict tussen Nationale-Nederlanden en een van haar verzekerden.

    Hoge Raad: AO-verzekeraar heeft handelingsvrijheid bij medische keuring
    In de kwestie heeft de verzekerde sinds 2001 een AO-polis voor zelfstandigen bij NN. De man, die werkt als consultant, meldt zich in 2007 met vermoeidheidsklachten bij zijn verzekeraar. Een psycholoog stelt vast dat hij onder meer lijdt aan een aanpassingsstoornis waarop de man voor 80 tot 100% wordt afgekeurd. In de jaren daarna, tot eind december 2013, krijgt hij een uitkering op basis van telkens wisselende AO-percentages. Vanaf eind 2013 is het AO-percentage volgens NN echter lager dan 25% en heeft de man geen recht meer op een uitkering.

    Nieuw arbeidsdeskundig rapport
    Amper een half jaar lager meldt de verzekerde zich weer arbeidsongeschikt bij NN. Hij is opnieuw oververmoeid en heeft daar nu een medische verklaring voor: hij lijdt aan sarcoïdose en hemochromatose. Op basis van een nieuw arbeidsdeskundig rapport laat NN hem echter weten dat het AO-percentage nog altijd minder dan 25% bedraagt.

    Oneerlijk beding
    Daar is consultant het niet mee eens. Hij stapt naar de rechter, niet alleen om af te dwingen dat NN de AO-uitkering hervat, maar ook dat hij met terugwerkende kracht voor de hele eerste AO-periode een uitkering voor 100% omdat hij ook toen al aan sarcoïdose en hemochromatose zou hebben geleden. De rapporten van de arbeidsdeskundige van NN zouden buiten beschouwing moeten blijven omdat ze eenzijdig, zonder overleg met hem, zouden zijn opgesteld en daarom kwalificeren als een oneerlijk beding.

    Geen aankopingspunten
    De verzekerde wordt in verschillende instanties door de rechtbank in het ongelijk gesteld wat betreft zijn eis voor een volledige uitkering voor de periode tot 31 december 2013, omdat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor de conclusie dat hij in die periode volledig arbeidsongeschikt was. Ook stelt de rechter vast dat voor de periode vanaf 2014 nog niet al op basis van de medische behandelinformatie kan worden vastgesteld dat sprake is volledige arbeidsongeschiktheid in de zin van de polis.

    Prejudiciële vragen
    Vervolgens is het aan de Hoge Raad om te bepalen of de keuringsrapporten van NN buiten beschouwing moeten blijven omdat de consultant er geen inspraak op zou hebben gebeld. In haar antwoorden op de prejudiciële vragen stelt de Hoge Raad allereerst vast dat man daadwerkelijk een beroep kan doen op de richtlijn 93/13/EEG voor oneerlijke bedingen van bedrijven richting consumenten. Weliswaar ging de man de verzekering aan uit hoofde van zijn bedrijf, hij moet volgens de Hoge Raad nog steeds worden aangemerkt als consument.

    Ziekteverzuim was in jaren niet zo hoog

     Het ziekteverzuim is dit jaar opgelopen tot 4,9%, meldt het CBS. Sinds 2003 is het verzuimpercentage niet zo hoog geweest.

    Ziekteverzuim was in jaren niet zo hoog
    Van elke duizend te werken dagen zijn er in het eerste kwartaal 49 verzuimd wegens ziekte. In het eerste kwartaal van 2003 lag het percentage op 5,3%, waarna het ziekteverzuim jarenlang schommelde tussen de 3,7% en 4,6%. De laatste keer dat het verzuimpercentage daarboven kwam, was in het eerste kwartaal van 2007. Het laagste ziekteverzuim (3,5%) werd de afgelopen jaren gemeten in het derde kwartaal van 2013. Belangrijke veroorzaker van het toegenomen verzuim is de griepepidemie, die volgens het RIVM duurde van half december 2017 tot in april 2018.

    Meeste verzuim in zorg
    In de gezondheidszorg kwamen de meeste ziekmeldingen binnen: het verzuimpercentage lag daar op 6,5%. De verpleeg- en bejaardentehuizen scoren al drie jaar de hoogste verzuimcijfers: er werden 77 van de duizend te werken dagen verzuimd. Het verzuim in de zorg is een fractie hoger dan in de branche Openbaar bestuur (6,4%). Ook in de industrie ligt het verzuim boven de 6%. Laag scoren de horeca en de landbouw en visserij, met respectievelijk 2,3% en 2,5%. Bij financiële instellingen ligt het verzuim net boven de 3%.

    Psychische klachten zorgen voor langste verzuim
    Uit cijfers over 2017 blijkt dat griep of verkoudheid veruit de meest genoemde verzuimreden is: het is de aanleiding voor 42% van de ziekmeldingen. Psychische klachten of burn-out hebben een relatief klein aandeel van 7,3% in het aantal genoemde klachten. Afgemeten naar aantal verzuimdagen gaan psychische klachten echter veruit aan kop: ze zijn goed voor 25% van het totaal aantal verzuimdagen. Wie om psychische redenen niet naar het werk gaat, verzuimt gemiddeld 57 dagen. Wie thuis zit vanwege een conflict op het werk, is gemiddeld goed voor 21 ziektedagen. Vermoeidheid en concentratieproblemen houden een zieke werknemer gemiddeld 15 dagen thuis.