Voortaan drie categorieën van financieel adviseurs en verkopersd?

    Hoekstra wil drie categorieën adviseurs: de onafhankelijke, de zelfstandige en de verkoper

    Er komen drie categorieën van financieel adviseurs: de onafhankelijke, de zelfstandige en de verkoopadviseur. Dat schrijft minister van Financiën Wopke Hoekstra vandaag aan de Tweede Kamer. De minister wil voorts financieel dienstverleners die over complexe producten adviseren, voorschrijven waaraan een onafhankelijk advies moet voldoen. Maar hij schrijft géén marktbrede vergelijking voor. Ook herhaalt hij dat hij de invulling van actieve transparantie met de AFM gaat bespreken.

    Hoekstra wil drie categorieën adviseurs: de onafhankelijke, de zelfstandige en de verkoper
    Hoekstra pleit in zijn brief voor drie categorieën adviseurs: de verkoopadviseur die werkzaam is bij de bank of verzekeraar, de zelfstandige adviseur en de onafhankelijke adviseur. Het onderscheid tussen de twee laatste, maakt hij ‘omdat een zelfstandig dienstverlener niet altijd zal kwalificeren als onafhankelijk’.

    Onafhankelijk advies
    Bij onafhankelijk advies moet een klant er volgens Hoekstra op kunnen vertrouwen dat de financiële dienstverlener adviseert op grond van een objectieve analyse (en dus een toereikend aantal producten vergelijkt). Verder mogen financiële producten niet worden aangeboden door de financiële dienstverlener zelf of door entiteiten die nauwe banden hebben (bijvoorbeeld de band tussen een moederonderneming en een dochteronderneming) met de financiële dienstverlener.

    Hoekstra verwerpt de eis van een wettelijke marktbrede vergelijking, waarvoor eerder werd gepleit. Hij vindt het adviseren op grond van een objectieve analyse voldoende en vindt ook dat de AFM genoeg toezicht houdt op het vaststellen van de toereikende aantallen. Wel stelt hij dat hij ‘voornemens is om voor financieel dienstverleners die adviseren over complexe producten voor te schrijven’ waaraan een adviseur die onafhankelijk adviseert moet voldoen.

    Actieve transparantie
    Een jaar geleden stuurde de minister een brief naar de Kamer met de uitkomsten van de evaluatie van het provisieverbod voor complexe financiële producten. Het resultaat was dat de toegankelijkheid van advies niet werd belemmerd. Hoekstra zei daarop te gaan onderzoeken wat het effect zou zijn als de provisies op schadeverzekeringen inzichtelijk zouden worden voor consumenten.

    Willem Bol uit Heino doet aangifte tegen verzekeraar ASR

    Voormalig quizmaster Willem Bol uit Heino heeft aangifte gedaan tegen verzekeraar ASR en haar CEO Jos Baeten. Hij beschuldigt de verzekeraar van fraude en valsheid in geschrifte.

    Het conflict tussen ASR en Bol gaat terug naar 2009, toen Bol werd getroffen door een hernia. Hij werd eerst voor tachtig tot honderd procent afgekeurd en kreeg toen een maandelijkse uitkering van Generali, dat destijds nog geen onderdeel was van ASR. Uit medisch onderzoek in 2013 bleek echter dat Bol niet zo arbeidsongeschikt is als hij zich voordeed.

    Hierna werd de uitkering gestaakt. In een kort geding in 2013 gaf de rechter Bol nog wel gelijk, waarna de uitkering hervat werd. Later werd de uitkering weer stopgezet, omdat Bol inkomsten zou hebben verzwegen. De rechter gaf uiteindelijk Generali gelijk.

    'Gerommeld met vonnis'
    Volgens Bol heeft Generali daarna gerommeld met het vonnis van de rechter. Bol: "De rechter concludeerde destijds dat 'de betalingsverplichting van Generali uitgangspunt blijft totdat de arbeidsongeschiktheidsverzekering is geëindigd...' Daarna schreef directeur Van Leer aan mij, dat volgens hem de rechter zou hebben geconcludeerd dat 'de betalingsverplichting van Generali uitgangspunt blijft totdat de arbeidsongeschiktheidsverzekering is beëindigd...' Die ene letter verschil opent een gapend gat tussen uitspraak en dagelijkse realiteit."

    Vorige maand verzocht Bol per brief aan Generali om het standpunt te wijzigen en binnen zeven dagen op deze brief te reageren. De reactie bleef uit en dus doet Bol nu, zoals aangekondigd in de brief, aangifte.

    'Ik geef niet op'
    De aangifte is het zoveelste hoofdstuk in de slepende strijd van Willem Bol tegen de verzekeraar. "Het maakt mij dood en doodmoe en het heeft enorme impact op mijn leven. Maar ik geef niet op. Nooit heb ik iets fout gedaan. En ik wil straks niet sterven als fraudeur."

    AOV verzekeringen aanvragen en gezondheidsvragen invullen? Wat je niet meer weet kun je niet melden

    Gezondheidsklachten die iemand als jong kind meer dan een kwart eeuw geleden heeft gehad, hoeft een verzekeringnemer redelijkerwijs niet altijd meer te weten. Dit blijkt uit een onlangs gepubliceerde uitspraak van de rechtbank Rotterdam in een AOV-conflict. Ook aan het zogeheten SOEP-volgsysteem van de huisarts biedt volgens de rechter niet altijd helderheid over wat de verzekerde wel of niet wist van zijn gezondheidstoestand.

    Verzekerde hoeft ziekenhuisopname als peuter niet te melden

    De verzekerde in kwestie, een zelfstandig automonteur, sluit eind 2012 een arbeidsongeschiktheidsverzekering af bij in de uitspraak geanonimiseerde verzekeraar die haar hoofdzetel heeft in Brussel, maar ook gevestigd is in Rotterdam. Op dat moment geeft hij bij de relevante vragen in de gezondheidsverklaring aan dat er geen sprake is van bestaande gezondheidsklachten of klachten vanuit het verleden.

    Als peuter behandeld
    Begin 2014, ruim een jaar nadat de polis in ingegaan, meldt de man zich met rug- en heupklachten -aan zijn linkerheup- bij de huisarts. Uit onderzoek door de medisch adviseur van de verzekeraar blijkt dat de man als peuter in 1985 onder behandeling in het ziekenhuis is geweest voor de ziekte van Perthes aan zijn rechterheup. Daarnaast komt boven dat de automonteur zich -in 2007 voor het laatst- heeft gemeld met lage rugklachten. Ook heeft de man sinds 2004 zo af en toe last van zijn knie.

    Voor de verzekeraar is de medische geschiedenis van de man reden om de verzekering vanaf februari 2016 op te zeggen. De monteur moet de al gedane uitkeringen (totaal ruim € 34.500) terugbetalen, iets wat tot nu toe nog niet is gebeurd.

    Verjaring verzwijging
    De man stapt naar de rechter om hervatting van zijn verzekering en de bijbehorende (achterstallige) uitkering te eisen. De verzekeraar is volgens hem gehouden aan de verzekering omdat hij door klachten aan zijn linkerheup arbeidsongeschikt is. Ook kan de verzekeraar geen beroep meer doen op verzwijging omdat dat de verzekeraar als in 2014 had kunnen kunnen weten dat hij in zijn vroege jeugd Morbus Perthes had gehad en pas twee jaar later de verzekering opzegde, ruimschoots buiten de vervaltermijn van twee maanden na de ontdekking.