AOV verzekering polis: Cardif mag zich niet beroepen op verjaring

    denkfout 150 111BNP Paribas Cardif kan geen beroep doen op verjaring bij een aov-conflict met een verzekerde. De verzekeraar wilde niet uitkeren voor arbeidsongeschikte maanden die drie jaar voor de schademelding lagen. In de verzekeringsvoorwaarden staat dat pas aan het eind van de arbeidsongeschiktheid de uitkering in één som plaatsvindt. De Geschillencommissie vindt het een redelijke lezing dat de vordering pas dan opeisbaar is en dat de verjaringstermijn van drie jaar ook pas dan ingaat.

    Cardif mag zich van Kifid niet beroepen op verjaring
    Een van de verzekerden op de Hypotheek Opvang Polis van BNP Paribas Cardif meldt eind oktober 2016 dat hij sinds 1 januari 2009 arbeidsongeschikt is als het gevolg van een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en clusterhoofdpijn. De verzekering tegen werkloosheid en arbeidsongeschiktheid is op 28 juni 2006 afgesloten met een looptijd van tien jaar, een eigen risico van één jaar en een verzekerd maandbedrag van € 300.

    Melddatum
    Cardif meldt dat alle uitkeringen van drie jaar voor de melddatum zijn verjaard. De clusterhoofdpijn dateert bovendien al van voor het aangaan van de verzekering en is daarom niet gedekt. De verzekeraar wil wel deels de gevolgen van de PTSS vergoeden. In eerste instantie voor de periode van oktober 2013 tot juni 2014. Nadat blijkt dat er in november 2014 nog een laatste consult bij de psycholoog heeft plaatsgevonden, wordt tot oktober 2014 uitgekeerd.

    De consument neemt hiermee geen genoegen. Hij meent ook recht te hebben op uitkering van voor oktober 2013. Bovendien wil hij dat zijn restklachten tot juni 2016, het einde van de looptijd, ook worden vergoed.

    Uitkering achteraf
    De Geschillencommissie geeft de man deels gelijk. In de voorwaarden van de Hypotheek Opvang Polis staat dat uitkering van het maandbedrag maandelijks en achteraf geschiedt, als op het polisblad staat dat de premie voor arbeidsongeschiktheid fiscaal aftrekbaar is. Dat is bij deze verzekerde niet het geval. Dan volgt lid b van de bepaling: “In alle andere gevallen geschiedt de uitkering aan het einde van de arbeidsongeschiktheid in één som […] De uitkering zal zolang de arbeidsongeschiktheid voortduurt, voor elke volle maand van arbeidsongeschiktheid als voorschot op de in de eerste volzin bedoelde som maandelijks en achteraf geschieden. Deze voorschotten worden geacht niet te zijn uitkeringen welke van maand tot maand worden verkregen.”

    Werkgevers blijven verplicht twee jaar lang loon door te betalen aan werknemers

    Werkgevers blijven verplicht twee jaar lang loon door te betalen aan werknemers die ziek worden. Wel kunnen zij vanaf 2020 een verzekering afsluiten die het financiële risico dekt en andere verplichtingen en taken uit handen neemt die bedrijven hebben als hun werknemers langdurig ziek zijn.

    Daarnaast komt het kabinet over de brug met een premiekorting van in totaal 450 miljoen euro, waar vooral kleine werkgevers van profiteren. Op die manier wordt het voor kleinere bedrijven makkelijker, duidelijker en goedkoper om aan de verplichting van loondoorbetaling bij ziekte te voldoen, aldus minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken. Zij hebben daar nu vaak moeite mee en durven mensen daarom vaak niet in vaste dienst te nemen, omdat ze naast financieel risico ook moeten voldoen aan strenge regels om zieke werknemers voor te bereiden op een terugkeer naar werk.

    Bedrijfsarts
    Koolmees maakte vanochtend afspraken bekend die hij heeft gesloten met het Verbond van Verzekeraars en werkgeversorganisaties MKB Nederland, VNO-NCW en LTO Nederland. Deze afspraken wijken af van het voornemen in het regeerakkoord. Daarin werd nog afgesproken om de loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot 25 werknemers te beperken tot 1 jaar. Het tweede jaar zou dan door het UWV worden uitgevoerd, waarvoor de werkgevers premie zouden betalen. Daarnaast zouden werkgevers voor de volle twee jaar verantwoordelijk blijven voor de ontslagbescherming die werknemers genieten. Dit plan stuitte echter op grote bezwaren van met name bedrijven in het MKB, waarna onderhandelingen werden begonnen om tot een compromis te komen.

    Naast een nieuwe verzekering en financiële steun, wijzigt Koolmees ook een aantal regels. Zo wordt vanaf 2021 voortaan het advies van de bedrijfsarts in plaats van de verzekeringsarts leidend bij de vraag welke inspanningen nodig zijn om zieke werknemers terug aan het werk te krijgen. Ook moet UWV duidelijker maken aan werkgevers waarop zij de inspanningen zal beoordelen.

    De belangrijkste wetswijzigingen voor zzp’ers per 1 januari 2019

    Per 1 januari 2019 zijn er een aantal nieuwe wetten en regels waar jij als zzp’er mee te maken krijgt. Als ondernemer krijg je vanaf 1 januari 2019 te maken met nieuwe wetten en regels. Wil je weten wat er voor jou als mkb'er verandert? We hebben de belangrijkste wetswijzigingen voor je op een rij gezet.


    1. Belastingstelsel: van 4 naar 2 schijven
    Per 1 januari 2019 wijzigen de tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting (inkomsten uit werk en woning) en wordt het stelsel stapsgewijs aangepast. In het huidige stelsel zijn er nu nog vier boxen, tegen 2021 zullen er nog maar twee belastingschrijven in box 1 zijn. Dit zou het stelsel makkelijker maken voor ondernemers.

    2. Laag btw-tarief: van 6% naar 9%
    Het lage btw-tarief verandert per 1 januari van 6% naar 9%. Lever je diensten of producten die belast zijn met het lage tarief? Dan zal je vanaf het nieuwe jaar 9% in rekening moeten brengen, in plaats van de gebruikelijke 6%. De verhoging kan invloed hebben op bijvoorbeeld je prijsstelling, administratie en btw-aangifte. Eerder schreven we al over de gevolgen voor zzp’ers en de zaken die je kunt regelen om ter voorbereiding. Lees het artikel hier.

    3. Voucher of cadeaubon bepaalt moment btw afdracht
    De verkoop van vouchers en cadeaubonnen is tot 2019 nog vrijgesteld van belasting. Vanaf 1 januari geldt dat het soort voucher of cadeaubon bepalend is voor het moment waarop btw wordt afgedragen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

    Vouchers en cadeaubonnen voor enkelvoudig gebruik
    Je draagt de btw af bij de verkoop. Het is duidelijk waar de levering of dienst plaatsvindt, wie dit levert en wat het btw-tarief is. Denk hierbij aan toegangskaarten of vervoersbewijzen.
    Vouchers en cadeaubonnen voor meervoudig gebruik
    Je draagt de btw af bij de verzilvering van de voucher of cadeaubon. Deze bonnen kunnen op verschillende plekken worden ingeleverd. Hier is bij de verkoop nog niet duidelijke welke goederen of diensten afgenomen zullen worden, wie ze levert en welk btw-tarief daarbij hoort.