Publiek heeft geen idee waar je onafhankelijk AOV advies kan krijgen

    Driekwart van het publiek weet waar ze naartoe moet voor onafhankelijk advies bij ingewikkelde financiële zaken. Een kwart heeft geen idee. Dat is te lezen in het onderzoeksrapport 'De Nederlanders en hun pensioen' van het

    nibudNibud 19 oktober 2015

    Volgens het rapport weet 27 procent van de ondervraagden precies waar ze moeten zijn voor onafhankelijk advies en weet 48 procent dat globaal.
    Het rapport leest: "Er zijn drie groepen consumenten die beduidend minder vaak op de hoogte zijn waar ze naar toe moeten voor onafhankelijk advies. Dit zijn: de jongere volwassenen, huurders en mensen die moeilijker rondkomen.

    Uit het rapport blijkt verder onder meer dat degenen die wel naat een financieel adviseur zijn gestapt, een beter inzicht in hun financiële situatie hebben. Verder lijken de onderzoeksresultaten aan te geven dat het accent bij adviseur inderdaad verschuift van productverkoop naar informatie en advies.

    Goed AOV-advies is goud waard

    bernardogoudse

    Vandaag leg ik u graag de vraag voor: welk advies is complexer: arbeidsongeschiktheid of hypotheek? Mijn stellige overtuiging: AOV!

    Ik laat u graag zien waarom ik dat denk. Als we kijken naar de wettelijke adviesregels die volgen uit artikel 4.23 Wft zijn de eisen voor beide adviezen gelijk. Zo is ook voor beide het provisieverbod van toepassing. En bij beide adviezen moet je in beeld brengen wat het inkomen en de uitgaven zijn. Nu en in de toekomst, van de klant én de partner. Tot nu toe lopen we dus gelijk op. Maar nu komt het. Bij AOV zijn er veel meer afwegingen te maken dan bij de hypotheek. Bij AOV zijn er wel twaalf, misschien vijftien belangrijke onderwerpen die de adviseur moet bespreken als het gaat over verwachtingen, risico’s en voorkeuren. Denkt u aan de wachttermijn, de hoogte van de uitkering, de eventuele indexering van de uitkering...ga zo maar door. Allemaal beslissingen die een grote invloed hebben op het product en dus het advies.

    Minstens gelijkwaardig
    Een AOV-advies is gewoonweg ingewikkelder. Of laten we zeggen dat het minstens gelijkwaardig is aan een hypotheekadvies. Is het dan niet raar dat we massaal denken dat de kosten voor een AOV-advies niet hoger mogen zijn dan € 1.000? Terwijl we € 2.000 voor een hypotheekadvies al snel normaal vinden? Het grote verschil is natuurlijk dat de hypotheek een ‘haalproduct’ is. En de AOV een ‘brengproduct’. Praten over risico’s is gewoonweg lastiger dan praten over zoiets leuks als een nieuw huis (en daarmee een hypotheek). Dat maakt het vragen van de juiste prijs voor het advies ook een stuk lastiger. Maar het zit tussen onze oren dat het advies minder waard zou zijn. Bedrijfseconomisch is de AOV van groot belang. Ook de politiek ziet deze noodzaak. Zij kennen tenslotte de cijfers: het aantal ondernemers en zelfstandigen zonder personeel stijgt. Maar het percentage ondernemers dat beschikt over een AOV daalt. Veel ondernemers beseffen niet welke risico’s zij daarmee lopen.

    Bewustwording van groot belang
    Ik denk dat we als branche gezamenlijk moeten kijken hoe we onze klanten het besef kunnen bijbrengen van de noodzaak van een goed AOV-advies. En dat dit goede advies ook een hoge prijs heeft. Ik realiseer mij dat we hier echt nog wel een hobbel bij veel ondernemers moeten nemen. De bereidheid om de juiste prijs te betalen is namelijk laag.

    Wat wil "arbeidsongeschiktheidsdrempel" zeggen? En wat kan ik ermee?

    De arbeidsongeschiktheidsdrempel binnen de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, wat wordt daar nu mee bedoeld?

    De arbeidsongeschikheidsdrempel is de drempel (meestal vanaf 25%) die overschreden moet worden om voor een uitkering in aanmerking te komen. Indien er sprake is van een beroepsarbeidsongeschiktheidsdekking en je krijgt een uitkering dan is er altijd sprake van een mate van beperkingen in je (beroeps)werkzaamheden. Het kan zijn dat je gedeeltelijk of helemaal je werkzaamheden niet kan uitvoeren. Dit wordt vastgesteld door de arbeidsdeskundige. 

    Een arts heeft dan vastgesteld dat u een  ziekte, aandoening of letsel heeft, de  ziekte, aandoening of het letsel is algemeen wetenschappelijk erkend en door de ziekte, aandoening of letsel bent u beperkt in het functioneren. Door de  beperkingen bent u voor minstens 25% niet meer in staat om de werkzaamheden bij uw beroep uit te oefenen. 

    Aan de hand van een taak-functieanalyse maakt de verzekeraar een inschatting van het aantal uren. Het aantal uren voor uw arbeidsongeschiktheid vergelijken verzekeraars met het aantal uren tijdens uw arbeidsongeschiktheid. Hieruit berekenen de verzekeraars wij uw arbeidsongeschiktheidspercentage.

    Zware beroepen of lichte beroepen

    Bij zware beroepen is er eerder sprake van overschrijding van de a.o. drempel dan bij kantoorberoepen. Immers als je een schouderblessure of tennisarm hebt kun je als schilder, al niet meer in de bus, en op de ladder. Daarmee ben je direct 80% of meer arbeidsongeschikt. Het lijkt daarom minder risicovol om in dat geval de drempel op te hogen en daarmee een iets voordeligere premie te realiseren. Overleg hier goed over met je onafhankelijke adviseur. Die natuurlijk alle verzekeraars kent, er zaken meedoet en kan aanbieden.