Eigenrisicodragen: een zegen voor de werknemer?

    uwv logo

    Het advies om al of niet eigenrisicodrager voor ZW of WGA te worden, kenmerkt zich door financiële analyses. Wat kost eigenrisicodragen versus de kosten van het UWV. Er zijn prachtige simulatiemodellen en tools om een indicatie te geven van de premieontwikkeling in de toekomst zodat een keuze niet alleen op het hier en nu gestoeld is. Zeker gezien de premiestructuur van het UWV, een omslagstelsel, is dat voor een adequaat advies en keuze een absolute must.

    Eén aspect lijkt nauwelijks meegewogen te worden bij het advies over eigenrisicodragen, namelijk de begeleiding en aandacht voor de medewerker. En dat verbaast mij al enige jaren. Bij de start van de WIA in 2006 kon ik mij dat nog voorstellen. Verzekeraars beleden de proactieve werknemersbegeleiding vooral met de mond en in praktijk was het verschil met het UWV nou niet zo groot. Maar nu?

    Proactief
    Het verschil is enorm! Bijna elke zichzelf respecterende inkomensverzekeraar begeleidt arbeidsongeschikte medewerkers uiterst proactief, meestal lang voordat de mogelijke WIA-uitkering ingaat. Enige jaren geleden richtten verzekeraars zich vooral op het vermijden van WGA-lasten door bezwaarprocedures te initiëren om de volledig arbeidsongeschikte werknemer in de IVA te krijgen. Ik zie nu dat dit verschuift, verzekeraars komen veel eerder in actie en doen alles om werknemers weer aan de slag te krijgen. En geven zo invulling aan het maatschappelijk verantwoord ondernemen dat je van verzekeraars mag verwachten!

    Bij het UWV niets van dit alles. Dat kan je overigens het UWV niet kwalijk nemen; de persoonlijke begeleiding van de werknemer is grotendeels wegbezuinigd. Maar daardoor is het verschil in begeleiding met de private verzekeraar in rap tempo wel heel erg groot geworden.

    UWV: markt aov in rustiger vaarwater

    uwv logo

    De verzekeringsmarkt voor arbeidsongeschiktheid komt in rustiger vaarwater. Dat voorspelt uitkeringsinstantie UWV vandaag in het FD. Reden is dat het prijsverschil tussen private verzekeraars en het UWV vanaf 2017 aanzienlijk kleiner wordt door een ingreep van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken.

    Volgens het UWV zal het marktaandeel van private verzekeraars waaronder Achmea en Nationale Nederlanden (NN) in 2017 stabiliseren rond de 42%, nadat ze de afgelopen jaren veel terrein hebben verloren. Hun aandeel daalde van 51% naar 43% van de totale loonsom van werkgevers. Het particulier verzekerde deel bedraagt in 2015 nog € 84 mld, tegenover € 97 mld in 2013.

    Inkopen
    Toezichthouder DNB meldde al eerder dit jaar dat de verzekeringssector collectief al € 1,6 mld verloren heeft op deze nichemarkt. Private verzekeraars kochten marktaandeel in door te gaan stunten met lage premies. De schadeposten bleken echter navenant. Partijen, waaronder het Actuarieel Genootschap en het Verbond van Verzekeraars, hebben die verliezen deels toegeschreven aan een ongelijk speelveld. Doordat marktpartijen ook kapitaalreserves voor toekomstige uitkeringslasten moeten opbouwen en het UWV dat tot nu niet hoefde, kon die publieke aanbieder een veel lagere risicopremie bieden. Daarmee werd het beoogde doel van scherpere onderlinge concurrentie gemist.

    Kamervragen over Kifid-uitspraak AOW-gat

    onderzoek-110-110

    De Kifid-uitspraak dat arbeidsongeschiktheidsverzekeraars niet hoeven op te draaien voor het AOW-gat van arbeidsongeschikte verzekerden, heeft geleid tot Kamervragen van Paul Ulenbelt (SP) aan staatssecretaris Jetta Klijnsma.

    Het Kifid vroeg deze week aandacht voor de uitspraak, omdat hij de maatschappelijke implicatie heeft dat arbeidsongeschikte mensen zich niet kunnen (bij)verzekeren voor het AOW-gat.

    Ulenbelt wil nu van Jetta Klijnsma weten of zij bekend is met dit probleem. “Bent u bekend met de gevolgen voor deze groep verzekerden die een teruggang van honderden euro’s per maand krijgen in de periode tussen hun 65e levensjaar en de ingangsdatum van de AOW waarbij de totale terugval in inkomen op kan lopen tot € 10.000 en meer? Zo ja, wat is hierop uw reactie? Zo nee, bent u bereid deze gevolgen te onderzoeken?” Ook wil hij weten of deze groep in aanmerking kan komen voor compensatie? “Zo ja, welke acties gaat u hiervoor ondernemen? Zo nee, waarom niet?”