Beperken en voorkomen arbeidsrisico’s zzp’ers

    Beperken en voorkomen arbeidsrisico's zzp'ers

    risico's


    In de toekomst zal hetzelfde beschermingsniveau gaan gelden voor zelfstandigen om veilig en gezond te kunnen werken als het niveau dat reeds geldt voor werknemers op die arbeidsplaatsen, waar beiden werken. Zo zullen bijvoorbeeld op de bouwplaats de te nemen maatregelen om de lichamelijke belasting te verminderen voor zzp'ers en werknemers gelijk worden. Dit leidt er ook toe dat, waar er concrete normen in arbocatalogi zijn vastgelegd, deze als referentiekader gebruikt worden in het toezicht op zzp'ers.

    Het gelijkstellen van de te nemen beheersmaatregelen zal de bereidheid om de Arbowetgeving na te leven vergroten en de handhaving vereenvoudigen.

    Achtergrond van dit besluit van het kabinet vormt het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) over zelfstandigen en arbeidsomstandigheden. Dit blijkt uit de reactie van kabinet op het advies van de SER over zelfstandigen en arbeidsomstandigheden die staatssecretaris De Krom van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.(rijksoverheid.nl)

    Het advies ‘Zelfstandigen en arbeidsomstandigheden' en de reactie van het kabinet
    Het kabinet heeft kennis genomen van het advies van de SER ‘Zelfstandigen en arbeidsomstandigheden' dat op 21 maart jl. is aangeboden aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).
    In het navolgende zal de opvatting en de te nemen actie van het kabinet worden geschetst. Ook wordt ingegaan op aanleiding en achtergrond van de adviesaanvraag en de inhoud van het advies.
    Het advies van de SER ‘Zelfstandigen en arbeidsomstandigheden'
    Het advies 'Zelfstandigen en arbeidsomstandigheden' is op 18 maart 2011 vastgesteld, ook de organisaties van zzp'ers die in de SER vertegenwoordigd zijn (FNV Zelfstandigen en Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO)), hebben zich achter het advies geschaard.
    Uitgangspunt voor de SER is dat de arbeidsomstandigheden, het beschermingsniveau en de veiligheid voor iedereen die arbeid verricht, gelijk moeten zijn. Dit is conform het eerdere advies van de SER over de ernstige risico's bij de arbeid uit 2004. De SER concludeert dat er daarom aanleiding is om meer onderdelen van de Arboregelgeving van toepassing te verklaren op alle zzp'ers. Tevens wordt het belang van het vergroten van het veiligheids- en gezondheidsbewustzijn van zzp'ers beklemtoond. Hierbij worden voorlichting, opleiding en handhaving van belang geacht.
    Kabinetsvisie ten aanzien van zelfstandigen
    In de kabinetsreactie op het onderzoek naar motieven van ondernemerschap (2008)1 is de algemene visie uiteengezet over de rol van de overheid ten aanzien van de bescherming van zelfstandigen. Het is in beginsel aan de burger zelf om in een eigen inkomen te voorzien en een inschatting te maken van de risico's die hij loopt. De overheid wil daarbij zo min mogelijk treden in de keuzevrijheid van mensen. De rol van de overheid bij bescherming van zelfstandigen vloeit voort uit de verantwoordelijkheid voor bescherming van al haar burgers. Het gaat dan om het bieden van bestaanszekerheid en het waarborgen van de gezondheid.
    Voor werknemers zijn de implicaties van deze rol van de overheid anders dan voor zelfstandigen. De keuzevrijheid van werknemers is door de aard van de arbeidsovereenkomst in principe kleiner dan die van zelfstandigen. Werknemers verplichten zich contractueel om opdrachten van de werkgever op te volgen. Deze gezagsverhouding maakt dat een werknemer slechts tot op zekere hoogte kan kiezen welke werkzaamheden hij onder welke omstandigheden uitvoert. Dat kan ertoe leiden dat een werknemer door de werkgever kan worden verplicht of zich gedwongen voelt, arbeid te verrichten die gevaarlijk is of waarvan hij de gevolgen niet kan overzien. Om dat te voorkomen biedt de overheid aan alle werknemers beschermingsmaatregelen. Voor zelfstandigen geldt deze beperking van de gezagsverhouding als regel niet. Werken als zelfstandige impliceert dat men zelf kiest voor het dragen van verantwoordelijkheid en de daaraan verbonden risico's. Wel dienen zelfstandigen vanuit de optiek van veiligheid en gezondheid beschermd te worden tegen ernstige risico's en dient gevaar voor derden te worden voorkomen.
    Een illustratie van de toepassing van de kabinetsvisie betreft de Wet zwangerschaps- en bevallingsuitkering zelfstandigen. Hierbij wordt enerzijds gesteld dat zelfstandigen bewust hebben gekozen voor het ondernemerschap met alle daaraan verbonden voordelen en risico's, maar dat anderzijds de bescherming van de gezondheid van moeder en kind van groot maatschappelijk belang is.

    Reactie van het kabinet op het SER-advies

    AOV Classificatie aangepast

    AOV Classificatie aangepast


    In de AOV-classificatie van de werkgroep Clarus heeft Adfiz de classificatie van de AOV-producten van Centraal Beheer en Interpolis aangepast. Beide verzekeraars hadden in eerste instantie aangegeven niet te willen meewerken aan de productclassificatie door de brancheorganisatie voor intermediairs.

    Na het verschijnen van de eerste rapportage op 18 januari gaven CB en Interpolis aan het niet eens te zijn met het oordeel van de Adfiz-werkgroep. Omdat de maatschappijen geen medewerking verleenden, waren hun producten op grond van de beschikbare voorwaarden beoordeeld en aangemerkt als ‘schadeverzekering'. Door middel van een aanvullende schriftelijke toelichting op de polisvoorwaarden hebben beide verzekeraars Adfiz ervan kunnen overtuigen dat hun AOV-producten zich niet classificeren als een ‘schadeverzekering', maar als een ‘niet zuivere sommenverzekering'.

    Tevens hebben de verzekeraars aanvullende informatie met betrekking tot het inloop risico verstrekt. Tot vier maanden voor het ingaan van de verzekering is dat zonder premie en zonder voorwaarden verzekerd. Is de periode van inloop langer dan 4 maanden, dan kan kort voor de ingangdatum om een validiteitverklaring worden gevraagd. Voor Adfiz is de schriftelijke verklaring van de verzekeraars voldoende om de classificatie te wijzigen.

    Vertrouwen in economie en verzekeraars daalt

    Vertrouwen in economie en verzekeraars daalt

     

    button_nee

    Het vertrouwen van de consumenten in verzekeraars is aan het begin van 2012 gedaald ten opzichte van de kwartalen daarvoor, van -32 tot -35. Hiermee is het vertrouwen van de consumenten in verzekeraars in het eerste kwartaal van 2012 nagenoeg gelijk aan het consumentenvertrouwen in de economie. Dit blijkt uit onderzoek van het Verbond.

    Waar in het vierde kwartaal van 2011 de vertrouwensindex op -32 stond, is de index in het eerste kwartaal van 2012 gedaald tot -35. In de voorgaande jaren lag het vertrouwen van de consumenten in de economie hoger dan het vertrouwen van de consumenten in verzekeraars. In het vierde kwartaal van 2011 veranderde dit echter. Het vertrouwen in de economie daalde fors; van -11 tot -38 punten. In het eerste kwartaal van 2012 steeg het vertrouwen in de economie iets naar -34 punten.

    Dalende beurskoersen
    De forse daling van het vertrouwen vanaf de zomer van 2011 verklaart het CBS door de dalende beurskoersen na de crisis. Deze malaise duurde voort tot aan begin 2009. Daarna steeg de AEX en hiermee ook het consumentenvertrouwen in de economie. Tot aan de zomer van 2011 stegen de beurskoersen gestaag. De val van de koersen vanaf het derde kwartaal van 2011 is goed terug te zien in de cijfers: vanaf die periode daalde het vertrouwen in de economie.*