Leidt Zorgplicht voor ZZP-ers tot AOV-plicht?

    Leidt Zorgplicht voor ZZP-ers tot AOV-plicht?

    Een verrassende uitspraak van de Hoge Raad met mogelijk verstrekkende gevolgen voor zowel ZZP-ers als bedrijven die ZZP-ers inhuren : de zorgplicht voor veilige werkomstandigheden die een werkgever voor werknemers heeft, is ook van toepassing op ingehuurde ZZP-ers.

    De case
    Een ZZP-er raakt in 2005 door een bedrijfsongeval bij een bouwbedrijf zijn been kwijt. Hij had geen arbeidsongeschiktheidsverzekering en stelde het bedrijf dat hem inhuurde aansprakelijk omdat de machine waaraan hij reparatiewerkzaamheden uitvoerde niet voldeed aan de veiligheidsnormen. Na 7 jaar procederen heeft de Hoge Raad nu bepaald dat het bedrijf moet aantonen dat aan hun zorgplicht is voldaan, ongeacht dat het slachtoffer geen werknemer is. Lukt dat niet, dan draait het bedrijf op voor de schade.

    De gevolgen
    De uitspraak van de Hoge Raad houdt voor bedrijven in dat ook de arbeidsomstandigheden van ZZP-ers moeten voldoen aan de Arbo-normen. Dat betekent voor de bouw o.a. veilige werkomstandigheden, beschermingsmiddelen, instructies en toezicht op handhaving. Maar op basis van dit Arrest kan in de toekomst wellicht ook een IT-bedrijf aansprakelijk worden gesteld voor de burn-out of RSI van een ZZP-er.

    Nieuwe Risico's
    Voor bedrijven die ZZP-ers inhuren levert dit een onverwachts nieuwe risico's op. Voor de eigen werknemers zijn de risico's bij arbeidsongeschiktheid beperkt tot 2 jaar loondoorbetaling, eventueel een WIA opslag en aansprakelijkheid voor bijkomende kosten. Uiteraard doet ieder bedrijf er alles aan om dit soort schade te voorkomen, maar mocht het onverhoopt toch gebeuren dan is de impact weliswaar groot, maar goed verzekerbaar.
    Een claim van een arbeidsongeschikte ZZP-er daarentegen, is niet begrens tot 2 jaar: in theorie zou de HR het bedrijf kunnen veroordelen tot het compenseren van alle inkomensverlies en gemiste carrièrekansen van de ZZP-er tot de pensioengerechtigde leeftijd. Bij het ArenA arrest (werkgeversaansprakelijkheid voor bestuurders van motorrijtuigen) in 1996 en een arrest in 1998 werd al respectievelijke claims van € 600.000,- en € 800.000,- toegewezen aan werknemers, voor ZZP-ers zouden deze claims ongetwijfeld nog veel hoger zijn uitgevallen.

    Wat doen verzekeraars?
    Vraag is hoe bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeraars met deze nieuwe situatie omgaan. Het lijkt er op dat dit risico nog niet verwerkt zit in de huidige voorwaarden en tariefstelling. Interessante vragen daarom voor uw verzekeringsadviseur of direct writer:

    is het risico nu verzekerd op uw huidige bedrijfsaansprakelijkheidpolis?
    zo niet, wanneer komt de verzekeraar met een aanpassing?

    Als het risico verzekerbaar is, zou het ook wel eens een goede aanleiding kunnen zijn om het verzekerde bedrag op te hogen van EUR 1.250.000,- naar EUR 2.500.000,- per gebeurtenis,.

    Niet verzekerbaar, wat dan?
    Wat als het risico niet verzekerbaar is? Gelet op de houding van verzekeraars bij eerdere risicoverzwaringen op grond van Arresten van de Hoge Raad is dat helemaal niet ondenkbaar. In dat geval zou een bedrijf wellicht van de ZZP-ers moeten gaan verlangen dat ze aantonen dat ze een arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben, om op deze wijze het risico voor het bedrijf tot acceptabel niveau terug te brengen.

    AOV Eigen verantwoordelijkheid maar niet vrijblijvend?
    Het eerste debat over de Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ZZP-ers is al losgebarsten: VNO NCW en MKB Nederland vinden dat ZZP-ers een eigen verantwoordelijkheid hebben om zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Die eigen verantwoordelijkheid wordt alleen wat minder vrijblijvend. Aangezien veel ZZP-ers, met name in de bouw, zo'n verzekering niet hebben - en sommigen op grond van hun leeftijd en/of medisch verleden ook niet meer eenvoudig in aanmerking komen voor zo'n verzekering , kan dat wel eens tot onverwachte neveneffecten leiden, zoals het uitsluiten van toch al kwetsbare groepen.

    Vraag is of de HR al deze consequenties voor ogen had met de uitspraak.

    Auteur: N.Bakker/HigherLevel.nl

    Gratis advies bestaat niet: provisieverbod schiet zijn doel voorbij

    Gratis advies bestaat niet: provisieverbod schiet zijn doel voorbij

    afmlogo_150_57


    Vanaf 1 januari 2013 is bij wet geregeld dat provisie voor complexe financiële producten niet meer is toegestaan. Provisie is namelijk door de politiek getypeerd als een perverse prikkel en de branche dient hervormt te worden. Bij financieel advies en begeleiding via het intermediair zal hiervoor op andere wijze moeten worden betaald. De tijd van solidariteit is dan echt voorbij.

    Maar het komende provisieverbod lijkt al voordat het wettelijk van kracht wordt haar doel voorbij te schieten. Waar de Commissie CFD al vanaf het begin van de provisiediscussie op gewezen heeft wordt nu bevestigd door de AFM. De toegankelijkheid tot deskundig financieel advies komt in gevaar. Met het provisieverbod op complexe financiële producten heeft de politiek een dam opgeworpen voor onafhankelijk financieel advies. De Commissie CFD heeft hiertegen gestreden vanuit het liberale gedachtegoed: keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid voor consumenten. De politiek heeft anders besloten vanuit het oogmerk consumentenbescherming. De politiek lijkt nu haar verantwoordelijkheid te willen gaan afkopen in de vorm van gratis Geldloketten. De Commissie CFD is hier uiterst bezorgd over. Geldloketten kunnen immers in de overtuiging van CFD nooit deze maatschappelijke functie waarmaken. Met de komst van Geldloketten creëert de overheid in de ogen van CFD een schijnoplossing. Gratis advies bestaat immers niet. De Commissie CFD vindt dan ook dat de kosten voor deze politieke proefballon uit de algemene middelen gefinancierd dienen te worden en niet worden afgewenteld op het intermediair.

    Typisch is dat de AFM na de politieke besluitvorming tot een provisieverbod, nu wel haar bezorgdheid uit over de negatieve gevolgen er van. Blijkbaar is er sprake van voortschrijdend inzicht en probeert men nu met aanvullende maatregelen het risico tot verschraling van het dienstenaanbod te beperken. Met flankerend beleid tracht de AFM de negatieve effecten van het provisieverbod tegen te gaan. Het is voor de Commissie CFD overduidelijk dat de politiek en de AFM de gevolgen van het provisieverbod niet doordacht hebben en nu met het strooien van kruimels de honger probeert te stillen. Indien men de toegang tot onafhankelijk en deskundig advies wil behouden dan is er voor CFD maar 1 route en die wijst in de richting van het onafhankelijk intermediair. In haar gesprekken met de politiek zal de Commissie CFD aangeven dat, ook zonder de komst van Geldwinkels, de toegankelijkheid tot complex financieel advies behouden kan blijven.

    AOV Verzekering en zorgplicht

    AOV Verzekering en zorgplicht

    spaarvarkenmetpleister45-45


    De rechtbank Den Bosch heeft een tussenuitspraak gedaan in een zaak, waarbij de klant zijn tussenpersoon aanspreekt op zijn zorgplicht na het sluiten van een verkeerd aov-product. In plaats van de beoogde beroepsarbeidsongeschiktheid bleek de dekking slechts 'reguliere' arbeidsongeschiktheid te omvatten, op basis waarvan de claim werd afgewezen. De verzekerde wil nu geld van zijn tussenpersoon.

    De klant zegt opdracht te hebben gegeven tot een polis met dekking voor beroepsaansprakelijkheid en stelt tevens dat de tussenpersoon hem er nooit op heeft gewezen dat de door hem gewenste verzekering niet was afgesloten, zodat hij er op mocht vertrouwen dat dit wel gebeurd was. De geleden schade is het verschil tussen de uitkeringen die zouden zijn ontvangen als een beroepsarbeidsongeschiktheidsverzekering was afgesloten, en de uitkeringen die ontvangen zijn op basis van de restcapaciteit.

    De tussenpersoon in kwestie is het Limburgse onderdeel Zicht, als rechtsopvolger van een in 2001 overgenomen kantoor. ING wijst erop dat het in 1995 voor ondernemers niet mogelijk was zich op basis van het criterium beroepsaansprakelijkheid te verzekeren. "Bij de weduwepensioenverzekering, gecombineerd met arbeidsongeschiktheidsdekking, die eiser feitelijk heeft afgesloten, was dat ook na 1995 niet mogelijk."

    De rechtbank velt nog geen oordeel, maar geeft de klant opdracht te bewijzen dat hij in 1995 aan zijn adviseur opdracht heeft gegeven een beroepsarbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Wanneer hij niet slaagt in de bewijslevering, komen zijn vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking. Slaagt hij wel, dan wordt Zicht op tekortschietende zorgplicht aangesproken.