Dinsdag 15 september was het Prinsjesdag. In de Troonrede kregen zzp'ers dit jaar opvallend veel aandacht. De koning sprak over een nieuwe Zelfstandigenwet die zelfstandigen de ruimte moet geven om te ondernemen. In de Miljoenennota die daarna volgde, zie ik daar weinig van terug.
Ik help zelfstandigen al bijna 30 jaar met hun inkomensbescherming. In die tijd heb ik de fiscale voordelen voor ondernemers stap voor stap zien verdwijnen. Ik heb de cijfers van dit jaar op een rij gezet, met één vraag in mijn achterhoofd: wat betekent dit voor je vangnet als je niet meer kunt werken?
De zelfstandigenaftrek is bijna op
In 2017 mocht je als zelfstandige die aan het urencriterium voldeed nog € 7.280 van je winst aftrekken. In 2026 is dat € 1.200, en voor 2027 stelt het kabinet € 900 voor. Dat is bijna 88% minder in tien jaar.
Die afbouw loopt al jaren, en je merkt hem elk jaar in je portemonnee. Je belastbare winst stijgt, waardoor je meer belasting betaalt.
Starters raken hun extra aftrek kwijt
Ben je net begonnen, dan kon je tot nu toe onder voorwaarden de startersaftrek gebruiken, bovenop de zelfstandigenaftrek. In 2026 is die nog € 2.123. Per 1 januari 2027 zakt hij naar € 10, omdat volledige afschaffing technisch nog niet uitvoerbaar is. Vanaf 2028 is hij helemaal weg.
Ook de willekeurige afschrijving voor starters verdwijnt per 2028.
Twee regelingen die met arbeidsongeschiktheid te maken hebben
Als AOV-specialist vallen mij twee maatregelen extra op, omdat ze direct raken aan ziekte en stoppen met werken.
De eerste is de stakingsaftrek. Die krijg je als je stopt met je onderneming, en dat gebeurt ook als je door ziekte niet verder kunt. De stakingsaftrek daalt in 2027 van € 3.630 naar € 908 en verdwijnt in 2030.
De tweede is de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Die is bedoeld voor ondernemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering die niet aan het gewone urencriterium van 1.225 uur voldoen, maar wel aan het verlaagde criterium van 800 uur. Deze regeling blijft in 2027 en 2028 bestaan en verdwijnt per 1 januari 2029.
Ook de inkomstenbelasting gaat omhoog
In box 1 stijgt het tarief van de eerste schijf in 2027 van 35,75% naar 36,23%. De tweede schijf gaat van 37,56% naar 38,16%, en het toptarief blijft 49,5%. De hogere arbeidskorting vangt een deel daarvan op, maar hoeveel precies hangt af van je inkomen.
De premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering is aftrekbaar in box 1. Nu de andere aftrekposten krimpen, is dat een van de weinige fiscale voordelen die je als zelfstandige zelf in de hand hebt.
De fiscale steun krimpt, de verantwoordelijkheid blijft
De aftrekposten waren nooit bedoeld als potje voor je pensioen of AOV. Ze hoorden wel bij een situatie waarin je als zelfstandige alles zelf regelt. Er is geen werkgever die pensioen voor je opbouwt of je inkomen doorbetaalt als je ziek wordt. De Belastingdienst wijst starters daar zelf ook op.
Die situatie verandert niet. Alleen het fiscale steuntje in de rug wordt steeds kleiner.
"Ik wacht wel op de verplichte AOV"
Dit hoor ik geregeld. Ik begrijp het, maar dan wil ik wel eerlijk zijn over wat die verplichte AOV voor je doet.
Om te beginnen bestaat hij nog niet. Het wetsvoorstel voor de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) ligt sinds maart 2026 bij de Tweede Kamer. Daarna moet ook de Eerste Kamer nog instemmen, en de uitvoering door UWV kost tijd. Wanneer de wet ingaat, is nog niet bekend. Reken erop dat dit nog een aantal jaren duurt.
Komt de basisverzekering er zoals nu voorgesteld, dan ziet hij er zo uit:
- Je betaalt 5,4% van je winst aan premie, met een maximum van ongeveer € 171 bruto per maand. Dat bedrag wordt nog geïndexeerd.
- Word je arbeidsongeschikt, dan geldt een wachttijd van twee jaar. In die periode krijg je vanuit de basisverzekering niets.
- Na die twee jaar krijg je 70% van je inkomen, met het minimumloon als maximum.
- Heb je een private AOV die aan de gestelde eisen voldoet, dan hoef je de basisverzekering niet af te sluiten.
Verdien je nu ruim meer dan het minimumloon, dan vangt de basisverzekering maar een deel van je inkomen op. Ook de Raad van State is kritisch: volgens de Afdeling zorgt de combinatie van een lage uitkering en twee jaar wachttijd ervoor dat de basisverzekering maar beperkt voor een passend inkomen zorgt.
Wie betaalt die eerste twee jaar?
Die wachttijd moet je zelf overbruggen. Volgens de Rijksoverheid heb je ongeveer € 100.000 nodig om vier jaar te overbruggen met een inkomen op minimumloonniveau. Voor twee jaar is dat grofweg de helft, en dan heb je het nog steeds over een minimumloon.
Dat kan met spaargeld of het inkomen van een partner. Een schenkkring of broodfonds kan ook helpen, en de Rijksoverheid noemt die mogelijkheid zelf. Let wel op: ben je lid van een schenkkring, dan blijf je verplicht de basisverzekering af te sluiten. De schenkkring vult de basisverzekering dus aan.
De vraag die ertoe doet
In al die jaren heb ik veel claims begeleid, en bij mijn klanten is er nooit een terechte claim onbetaald gebleven. Wat ik daarvan heb geleerd: op het moment dat het misgaat, denkt niemand meer aan de premie. Dan telt alleen wat er nog op je rekening binnenkomt.
Of je nu een AOV hebt, in een broodfonds zit of wacht op de verplichte verzekering, stel jezelf deze vraag:
Wat krijg ik echt uitgekeerd als ik niet meer kan werken?
Weet je het antwoord niet precies, dan is dit een goed moment om dat uit te zoeken.
De plannen uit het Belastingplan 2027 zijn nog niet definitief. De Tweede en Eerste Kamer moeten ze nog behandelen, en bedragen en ingangsdata kunnen nog veranderen.
Bronnen: Belastingdienst, Rijksoverheid, Belastingplan 2027, Raad van State, ZZP Nederland.
