Dat klinkt logisch. Je werkt weer de helft van de week, dus je zou ook wel voor de helft arbeidsgeschikt zijn. Toch? Zo eenvoudig ligt het niet.
20 uur werken is niet automatisch 50% arbeidsgeschikt
Dat is precies de crux van een interessante uitspraak van Kifid over een automatiseringsdeskundige die na een corona-infectie langzaam weer aan het werk ging.
De man gaf op enig moment aan dat hij ongeveer 20 uur per week kon werken. De verzekeraar koppelde daar een arbeidsongeschiktheidspercentage aan. Op papier klinkt dat logisch: 20 uur werken tegenover een volledige werkweek.
Maar er zit een belangrijk verschil tussen hoeveel uur je werkt en hoeveel werk je in die uren daadwerkelijk kunt verzetten.
Uren zijn geen arbeidsongeschiktheidspercentage
In deze zaak speelde dat verschil een belangrijke rol. De verzekerde gaf aan dat hij zijn werkzaamheden wel kon uitvoeren, maar dat het werk trager ging en dat hij geen volledige dagen kon maken.
Een door de verzekeraar ingeschakelde arbeidsfysiotherapeut schreef later zelfs expliciet dat een opbouw van uren niet hetzelfde is als een opbouw van arbeidsgeschiktheid. Iemand kan bijvoorbeeld weer volledige dagen werken, maar in die uren slechts voor een deel productief zijn.
En daar wringt het.
Bij een beroep als automatiseringsdeskundige gaat het niet alleen om achter een computer zitten en beschikbare uren. Het gaat ook om wat iemand in die uren daadwerkelijk kan doen: complexe problemen oplossen, nadenken, analyseren, programmeren en kwalitatief goed werk afleveren.
Kifid: kijk naar wat iemand daadwerkelijk presteert
Kifid vond daarom dat de verzekeraar niet zomaar mocht aannemen dat de verzekerde tijdens de uren die hij werkte volledig arbeidsgeschikt was.
Kifid droeg de verzekeraar op om, samen met de belangenbehartiger van de verzekerde, een arbeidsdeskundige te laten beoordelen welk werk de man in de periode van 27 maart 2020 tot 13 september 2022 daadwerkelijk uitvoerde en hoe productief hij daarbij was.
De uitkomst daarvan moet vervolgens worden gebruikt om te bepalen of de uitkering over die periode moet worden aangevuld.
Voor ondernemers zit er nog een extra laag onder
Voor een ondernemer is dit onderscheid misschien nog wel interessanter.
Je kunt namelijk weer 20 uur per week beschikbaar zijn, maar daarmee nog niet automatisch weer 50% van je normale omzet of inkomen kunnen verdienen.
Stel dat je normaal complexe opdrachten uitvoert en daar €100 per uur voor kunt rekenen. Als je na ziekte alleen nog eenvoudige werkzaamheden kunt doen, veel langer over een opdracht doet of bepaalde opdrachten helemaal niet meer kunt aannemen, zegt het aantal gewerkte uren maar een deel van het verhaal.
Arbeidscapaciteit en verdiencapaciteit zijn dus niet hetzelfde.
Dat betekent overigens niet dat een AOV-uitkering simpelweg op basis van je inkomensverlies wordt berekend. De precieze beoordeling hangt af van de polisvoorwaarden en de manier waarop arbeidsongeschiktheid daarin is omschreven. Maar voor ondernemers is het verschil tussen uren, prestaties en inkomsten in de praktijk wel degelijk belangrijk.
Wat kun je hier als verzekerde mee?
Misschien wel het belangrijkste: rapporteer niet alleen hoeveel uur je werkt.
Beschrijf ook wat je in die uren daadwerkelijk kunt. Welke werkzaamheden lukken? Welke niet? Kun je hetzelfde niveau halen als voor je ziekte? Werk je trager? Maak je meer fouten? Kun je alleen eenvoudige taken uitvoeren? En lukt het om die prestaties ook een hele werkdag vol te houden?
Dat geeft een veel beter beeld van je daadwerkelijke belastbaarheid dan alleen een percentage of een aantal uren.
En eerlijk is eerlijk...
Niet alles pakte in deze zaak uit in het voordeel van de verzekerde. Kifid vond bijvoorbeeld onvoldoende bewijs voor de stelling dat de verzekeraar hem onder druk had gezet om zijn uren op te bouwen.
Ook het verzoek om aanvullende medische expertise vanwege langdurige post-Covidklachten werd niet toegewezen.
De kern van de uitspraak zit dus ergens anders: urenopbouw is niet hetzelfde als opbouw van arbeidsgeschiktheid.
En dat is een belangrijk onderscheid om in een AOV-dossier niet uit het oog te verliezen.
Lees de volledige uitspraak van Kifid (2024-0923)
Bron
Kifid, uitspraak 2024-0923 van 24 oktober 2024. De uitspraak is een niet-bindend advies.
