Blog AOV
- Arnoud Wennekus
AOV verzekerd bedrag en wachttijd kiezen — hoeveel netto heb jij nodig per maand?
Veel ondernemers weten niet dat de AOV-premie aftrekbaar is — en dat de uitkering bruto is, laat staan wat de gevolgen daarvan zijn. Wie daar niet op rekent, kan zich lelijk misrekenen. Dit artikel helpt je de juiste vragen te stellen — zodat je samen met een ervaren AOV-specialist een bewuste keuze kunt maken.
Stap 1: Hoeveel heb jij netto nodig per maand?Je verzekerd bedrag begint bij één vraag:
Wat heb jij nodig om je vaste lasten te blijven betalen als je niet kunt werken — zonder zorgen over geld, terwijl je je best doet om beter te worden?
Geen enkele adviseur kan dit voor je beantwoorden. Dit doe jij zelf, eventueel samen met je partner. Open je bankomgeving en breng in kaart wat je maandelijks uitgeeft.
Neem hierin mee:
- Wonen (hypotheek of huur, energie)
- Verzekeringen en abonnementen
- Boodschappen en levensonderhoud
- Zakelijke lasten die doorlopen, zoals een gehuurde ruimte
- Eventuele reserveringen of pensioenopbouw
Belangrijke realiteit
Je kunt dit bedrag niet exact berekenen. Sommige kosten lopen door, andere vallen weg — en er kunnen juist extra kosten ontstaan, zoals zorgkosten. Een partner die financieel wil bijspringen, moet daarvoor misschien minder gaan werken, wat zijn bijdrage weer verlaagt.
Het doel is niet "exact kloppen", maar financiële rust creëren. Wil je het ruimer nemen? Als dat rust geeft, is dat zeker de moeite waard. Rust heeft waarde — zeker als je al ziek bent.
Doorlopende inkomsten
Sommige inkomsten kunnen blijven bestaan tijdens ziekte:
- Huurinkomsten uit een garage of woning
- Abonnementsinkomsten van een platform
- Royalties als schrijver of artiest
- Dividend uit aandelen
Deze kunnen je AOV-behoefte verlagen — maar zijn niet altijd stabiel. Dividenden zijn per definitie onzeker. Neem alleen mee wat je redelijk zeker bent, en schat in hoeverre deze inkomsten stabiel en langdurig zijn.
Stap 2: Van netto naar bruto — hoe werkt een AOV-uitkering?Als je weet hoeveel je netto per maand nodig hebt, moet je dat omrekenen naar een bruto verzekerd bedrag. Want de AOV-uitkering is bruto — en de verzekeraar is verplicht vooraf loonheffing in te houden.
Loonheffing bestaat uit:
- Loonbelasting
- Premies volksverzekeringen (AOW, ANW, WLZ)
- In sommige gevallen een bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw)
Je ontvangt dus een netto bedrag ná inhouding. Reken nooit met het bruto verzekerde bedrag als je je netto-inkomen wilt beschermen — dit is een punt waar mensen achteraf regelmatig van schrikken.
Bruto-netto effect bij langdurige ziekte
Er is nog een laag die veel mensen missen. Als je langdurig ziek bent en niet meer voldoet aan het urencriterium van 1.225 uur, word je fiscaal niet meer als ondernemer gezien. Daardoor verdwijnen aftrekposten zoals:
- Zelfstandigenaftrek
- Mkb-winstvrijstelling
- Fiscale ruimte voor lijfrenteaftrek
Het gevolg: dezelfde €40.000 bruto AOV-uitkering kan netto minder opleveren dan je €40.000 winst als ondernemer vroeger deed — niet omdat de uitkering tekortschiet, maar omdat de fiscale context is veranderd. Betrek je accountant bij dit scenario.
Stap 3: PremievrijstellingPremievrijstelling bepaalt of je premie doorbetaalt tijdens arbeidsongeschiktheid. Er zijn drie varianten — en ze hebben directe invloed op hoeveel je netto overhoudt.
Optie 1: Premie stopt direct (zelfde wachttijd als uitkering)
Zodra je uitkering ingaat, stopt de premie. Geen invloed op je netto in enig jaar. Je hebt met de omrekening geen extra rekening te houden. Ten opzichte van de andere opties iets duurder qua premie.
Optie 2: Premie stopt na een jaar
Het eerste jaar ontvang je al een uitkering, maar betaal je ook nog premie. Je netto is dat jaar lager. Die premie is fiscaal aftrekbaar. Goedkoper dan optie 1, duurder dan optie 3.
Optie 3: Premie stopt nooit
Dit is de goedkoopste optie — maar ook de meest bijzondere. Je bent ziek, je ontvangt een uitkering, én je betaalt tegelijkertijd gewoon premie door. Dat voelt raar, en dat is het ook. Die premie is aftrekbaar, maar gaat wel ten koste van je maandelijkse netto-uitkering. Gedurende de hele looptijd is je netto daardoor lager.
Dit is precies de situatie waarbij begeleiding loont — de optel- en aftreksom is niet eenvoudig.
Stap 4: Wat mag je verzekeren?Dit is een andere vraag dan wat je nodig hebt — en mensen halen ze vaak door elkaar. Wat je mag verzekeren bepaalt de verzekeraar, op basis van je gemiddelde winst over de laatste 3 jaar. Het maximum is doorgaans 80% — sommigen gaan tot 90%.
Ben je starter en heb je nog geen 3 jaar historie? Dan kan een verzekeraar ook werken met een onderbouwde winstverwachting. Na twee of drie jaar toetst de verzekeraar of je aan die prognose voldoet. Is het verzekerd bedrag te hoog, dan wordt het naar beneden bijgesteld — maar ook de premie gaat dan omlaag.
Daarna is de kous af. Bij een sommenverzekering — de kwaliteitsvorm die wij bij AOV-ZZP.nl altijd hanteren — wordt er niet meer om inkomensgegevens gevraagd. En zeker niet bij schade: dat is nou juist het kenmerk van de sommenverzekering. Je hebt een vast verzekerd bedrag, en dat keert uit. Punt.
Wat jij nodig hebt en wat je mag verzekeren zijn twee aparte berekeningen. Het kan zijn dat het ene lager is dan het andere — of andersom.
Stap 5: OptierechtVeel verzekeraars bieden een optierecht aan: je kunt je verzekerde bedrag jaarlijks verhogen — vaak 10% tot 15% — zonder nieuwe medische vragen. Ideaal als je omzet of levensstandaard groeit.
Sluit je dit niet mee bij aanvang, dan kun je later alleen verhogen na een volledig medisch traject. En als je in de tussentijd gezondheidsproblemen hebt gehad, gaat die verhoging waarschijnlijk niet meer door.
Stap 6: De wachttijdDe wachttijd is de periode tussen je eerste ziektedag en het moment dat de uitkering start. Hoe langer de wachttijd, hoe lager de premie — maar hoe groter de buffer die je zelf nodig hebt.
Korte wachttijd (14, 30 of 60 dagen)
- Snelle uitkering
- Hogere premie
- Weinig eigen buffer nodig
Lange wachttijd (3, 6 of 12 maanden)
- Lagere premie
- Meer eigen buffer nodig
- Meer financieel risico
Een buffer die je tijdens ziekte gebruikt, is weg. En wachttijd achteraf verkorten is niet altijd mogelijk — de verzekeraar kijkt opnieuw naar je gezondheid. Heb je een keer uitkering gehad voor je rug? Dan gaat die verkorting waarschijnlijk niet door.
Hoog inkomen en toch een lange wachttijd: is dat slim?
Dit is een situatie die ik regelmatig tegenkom bij DGA's en goed verdienende ondernemers. Ze kiezen voor een wachttijd van één of twee jaar — logisch, want ze kunnen het financieel aan.
Stel je verdient €100.000 bruto. Dat is ruwweg €8.000 bruto per maand, of zo'n €4.000 tot €5.000 netto. Een wachttijd van twee jaar betekent dat je 24 maanden zelf overbrugt — al snel €100.000 netto eigen risico dat je op het spel zet.
Iemand met dit inkomen zit in het hoogste belastingtarief. Elke extra euro AOV-premie is voor zo'n 50% aftrekbaar. De extra premie voor een kortere wachttijd kost je netto dus veel minder dan het brutobedrag doet vermoeden.
Met een kortere wachttijd betaal je wat meer premie — maar je weet zeker dat die reserves intact blijven. Is die €100.000 je enige buffer? Dan is dit zeker heel belangrijk. Maar ook als je meer reserves hebt: wil je dat bedrag op het spel zetten, terwijl je het voor relatief weinig extra kunt beschermen?
Broodfonds of Schenkkring
Ben je aangesloten bij een Broodfonds of Schenkkring? Dan ontvang je de eerste twee jaar al een maandelijks bedrag bij ziekte. Je kunt de AOV-wachttijd dan op twee jaar zetten en de AOV puur gebruiken als vangnet voor de lange termijn. Dat drukt de premie flink.
Cruciaal verschil: een AOV keert bruto uit en is belast in Box 1. Een Broodfonds of Schenkkring keert netto uit — geen inhouding, de Belastingdienst hoeft er niet van af te weten.
Je kiest bij een Broodfonds of Schenkkring een netto bedrag — en dat is ook wat je ontvangt. Daardoor kun je voor de eerste twee jaar bewust een ander bedrag kiezen dan voor je AOV.
Mijn advies: zorg in ieder geval dat de eerste twee jaar sluitend zijn. Je bent op dat moment kwetsbaar, je weet niet hoe lang het duurt — financiële onzekerheid is het laatste waar je dan bij kunt hebben.
Wat ik in de praktijk zieNa 25 jaar zie ik steeds dezelfde fouten:
- Te hoog verzekerd bedrag — gebaseerd op een topjaar, zonder te bedenken wat je écht nodig hebt als het lang duurt
- Te lange wachttijd zonder buffer — waarna iemand bij ziekte in de problemen komt
- Te korte wachttijd terwijl de buffer er wel is — met jarenlang te hoge premie als gevolg
- Geen inzicht in het netto-bruto effect — waarna de uitkering tegenvalt
Een AOV is geen standaardproduct. Het is maatwerk — op basis van je inkomen, je risico, je buffer, je fiscale positie en je levensfase. En van de vraag of de polis uitkeert als het er écht op aankomt.
In 25 jaar is er bij mij geen enkele claim onbetaald gebleven.
Wil je weten wat jouw verzekerd bedrag en wachttijd zouden moeten zijn?Ik reken het met je door — van netto naar bruto, inclusief alle fiscale gevolgen. En ik vergelijk wat de markt biedt, niet alleen bij afsluiten maar op de langere termijn.
Arnoud Wennekus helpt ZZP’ers en DGA’s van A tot Z hun inkomen te verzekeren bij ziekte door AOV te combineren met Broodfonds en schenkkringen.


