Blog AOV
- Arnoud Wennekus
Gezondheidsverklaring AOV: wat vertel je wel en wat laat je weg?
Gezondheidsverklaring AOV: wat vertel je wel en wat laat je weg?
Hoge Raad verduidelijkt aanvang vervaltermijn bij niet-nakoming mededelingsplicht aov
Je leest een vraag in de gezondheidsverklaring en denkt: “Is dit antwoord in mijn belang of in hun belang? Wat laat ik weg, wat vertel ik, en wat móet ik vertellen?” Die twijfel is menselijk. Maar bij een AOV is gokken vaak duurder dan duidelijk zijn.
Als je je afvraagt: “Hoe beantwoord ik deze vraag?”
Gebruik deze simpele manier van denken: schrijf je antwoord alsof je het later nog eens rustig moet kunnen uitleggen. De verzekeraar beoordeelt vooral drie dingen:
- Wat was er aan de hand? (klacht, symptoom, beperking, terugkerend probleem)
- Wat heb je ermee gedaan? (huisarts, fysio, specialist, onderzoek, behandeling, medicatie)
- Wanneer was het? (binnen de gevraagde periode, of eerder maar nog relevant/terugkerend)
“Is dit in mijn belang of in hun belang?”
Het eerlijke antwoord is: beide. Voor jou is het belangrijk dat je polis later “houdt” bij een claim. Voor de verzekeraar is het belangrijk om het risico goed te kunnen inschatten (premie, voorwaarden, eventuele uitsluitingen). De grootste valkuil is denken: “Het stelt niks voor, dus dat hoef ik niet te noemen.” Als ernaar gevraagd wordt, kan “niks” later tóch “relevant” blijken.
Wat laat ik weg of vertel ik? De praktische regel
- Staat het in de vraag (direct of indirect)? Dan melden.
- Is er een onderzoek/traject geweest (fysio, specialist, scan, langdurige medicatie)? Dan meestal melden als het binnen de vraag valt.
- Twijfel je? Kies voor kort, feitelijk en controleerbaar: periode, arts/instantie, uitkomst/stand van zaken.
Voorbeeldzinnen die bijna altijd goed werken
- “In 2023–2024 rugklachten, huisarts en fysiotherapie, nu stabiel, geen beperkingen in werk.”
- “In 2022 doorverwezen naar specialist, onderzoek gedaan, geen structurele behandeling, klachten wisselend.”
- “Medicatie: naam, dosering, sinds wanneer, reden; controle bij huisarts.”
Dit soort antwoorden is niet “te veel”: het is precies genoeg om later discussie te voorkomen.
Zijpad: waarom ik dit artikel nu schrijf (Hoge Raad 27 februari 2026)
Aanleiding voor dit artikel is een uitspraak van de Hoge Raad over AOV en mededelingsplicht: ECLI:NL:HR:2026:321 (27 februari 2026). De kern daarvan gaat niet over “hoe vul je de GVK in”, maar over wat er gebeurt als er achteraf discussie ontstaat.
Soms zegt een verzekeraar bij een claim: “Bij de aanvraag is niet alles gemeld.” De wet geeft dan een belangrijke bescherming: de verzekeraar moet binnen een korte periode duidelijk zijn of hij zich op die ‘niet-melding’ wil beroepen. Die periode is twee maanden (een vervaltermijn).
Wat heeft de Hoge Raad precies verduidelijkt?
In de praktijk lopen medische beoordelingen vaak via een medisch adviseur. Die heeft beroepsgeheim. De vraag was: begint de “twee-maandenklok” al te lopen zodra de medisch adviseur medische stukken ontvangt?
De Hoge Raad zegt als uitgangspunt: meestal niet. De termijn begint doorgaans pas nadat de medisch adviseur advies heeft uitgebracht en de verzekeraar daarna voortvarend heeft kunnen beoordelen of destijds aan de mededelingsplicht is voldaan. Ontvangst van medische stukken “in de medische kolom” is dus niet automatisch het startmoment.
Wat betekent dat voor jou als kandidaat-verzekerde?
- De les blijft: vul de gezondheidsverklaring zó in dat je later nergens van schrikt.
- Als er later discussie ontstaat, gaat het vaak over: wat wist je toen, wat werd gevraagd, en wat heb je gemeld.
- En: als de verzekeraar pas laat met een beroep op ‘niet-melden’ komt, is er een strikte termijn-discussie mogelijk.
Samenvatting in één zin
Als je twijfelt bij een vraag: kies voor kort, feitelijk en volledig binnen de vraagstelling — dat is bijna altijd het beste voor jouw AOV op de lange termijn.
Bron
Hoge Raad 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:321. Vindplaats (niet klikbaar): https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2026:321
Disclaimer: dit is algemene informatie en geen individueel juridisch advies.


