- Arnoud Wennekus
Waarom nu ook de Raad van State zo hard oordeelt
De Raad van State is ongekend hard over het wetsvoorstel voor de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (BAZ). Het voorstel wordt in de huidige vorm als onuitvoerbaar beoordeeld en zou volgens de Raad zelfs niet naar de Tweede Kamer moeten worden gestuurd.
De kritiek richt zich op bekende punten: grote problemen bij UWV en Belastingdienst, een complexe opt-outregeling en een stelsel dat eerder extra druk toevoegt dan verlichting brengt.
Maar wie alleen dáárnaar kijkt, mist het echte probleem.
Beperkte inkomenszekerheid is geen bijzaak, maar een hoofdzaak
De Raad van State benoemt expliciet dat de BAZ door de combinatie van een lage uitkering en een wachttijd van twee jaar slechts in beperkte mate leidt tot een adequate inkomensvoorziening voor zelfstandigen.
Dat is geen detail:
- Twee jaar géén uitkering betekent voor veel zzp’ers simpelweg interen, schulden of stoppen.
- De uitkering op (of rond) het minimumloon is voor de meeste ondernemers onvoldoende om vaste lasten en verplichtingen te dragen.
Maar zelfs als je deze twee drempels overleeft, volgt nog een veel fundamenteler probleem.
Waar het debat bijna volledig over zwijgt: de beoordeling van arbeidsongeschiktheid
In vrijwel alle publieke discussies ontbreekt het meest bepalende element van de BAZ: hoe arbeidsongeschiktheid straks wordt beoordeeld.
De BAZ sluit inhoudelijk aan bij hetzelfde criterium dat nu al geldt binnen de WIA: een theoretische, arbeidskundige beoordeling.
Dat is precies het criterium waarover wij bij AOV-zzp.nl al uitgebreid en kritisch hebben geblogd, omdat dit in de praktijk het slechtst bekend staande en meest afgewezen criterium is.
Concreet betekent dit:
- Niet de vraag: kun jij jouw eigen werk nog doen?
- Niet de vraag: kun jij als ondernemer nog realistisch inkomen verdienen?
- Maar de vraag: zou je theoretisch nog ander, gangbaar werk kunnen doen?
Zelfs als dat werk:
- niet aansluit bij je ervaring,
- niet beschikbaar is,
- niet haalbaar is gezien je gezondheid,
- en niet leidt tot een inkomen waarmee je kunt leven.
Verplichte premie, maar geen inkomenszekerheid
Hier ontstaat de echte spanning:
- Je betaalt verplicht mee.
- Je krijgt pas na twee jaar mogelijk recht op uitkering.
- Die uitkering is beperkt.
- En daarna volgt een strenge, theoretische toets die in de praktijk vaak leidt tot: geen of slechts gedeeltelijke uitkering.
De Raad van State raakt daar het hart
Het oordeel van de Raad van State is terecht en stevig. Maar zelfs dit advies raakt nog niet de volle kern van het probleem. Want ook als de uitvoering morgen perfect zou zijn geregeld, blijft overeind staan:
Een verplichte verzekering die:
- laat uitkeert,
- laag uitkeert,
- én beoordeelt op een criterium dat losstaat van de realiteit van zelfstandig ondernemerschap,
kan nooit het doel bereiken waarvoor zij zegt te bestaan.
Conclusie
De BAZ kan zo niet doorgaan. Niet alleen omdat UWV en Belastingdienst het niet aankunnen, maar omdat het fundament zelf niet klopt.


