logo-groot1.png
logo-groot1.png

Dé AOV Specialist

Voor de zelfstandig professional

‘Klant met letselschade heeft geen baat bij werken met één medisch adviseur’

Consumenten met letselschade schieten niets op met de nieuwe aanbeveling van de Letselschaderaad om voortaan te werken met één onafhankelijke adviseur voor beide partijen. Dit stelt Steffy Roos du Maine van letselschadebureau JBL & G in reactie op de aanbeveling. Volgens haar leidt het tot een onvrijwillige aantasting van de privacy van letselschadeslachtoffers en een verdere vertraging van de schadeafwikkeling.

‘Klant met letselschade heeft geen baat bij werken met één medisch adviseur’
Letselschaderegelaars kunnen vanaf deze week aan de slag met een nieuwe aanbeveling van de Letselschade Raad: Werken met 1 medisch adviseur. Volgens eigenaar Steffy Roos du Maine van letselschadebureau JBL&G in Amsterdam is de aanbeveling echter ?een ramp voor slachtoffers...
Letselschaderegelaars kunnen vanaf deze week aan de slag met een nieuwe aanbeveling van de Letselschade Raad: Werken met 1 medisch adviseur. Op basis van eerder gehouden pilots blijkt volgens de Letselschaderaad dat bij het werken met één medisch adviseur ‘de doorlooptijd van het medisch traject wordt verkort, de klanttevredenheid gemiddeld op hetzelfde niveau blijft en de dossierkosten beperkt kunnen worden’.

Ramp voor slachtoffers
Volgens Steffy Roos du Maine (foto) van het Amsterdamse letselschadebureau JBL & G pakt de aanbeveling echter uit als een ramp voor slachtoffers en hun behandelaars. “Deze hele werkwijze is juist nog weer eens extra belastend. In de discussie over letselschadeslachtoffers neigt het steeds meer naar kostenbesparing en efficiëntie, maar laten we niet vergeten dat we het hier over mensen hebben die met letsel kampen dat hen door een ander is aangedaan. Je zit in een rolstoel of moet je met krukken behelpen, omdat een automobilist even op zijn mobieltje keek. Als letselschadeslachtoffer word je dan óók nog opeens opgescheept met een jarenlang traject van verzekeraars die je voor geen cent geloven en in veel gevallen traineren.”

AOW-leeftijd in 2024 niet omhoog

 Het CBS publiceerde de prognoses over de levensverwachting in 2024. De AOW-leeftijd blijft 67 jaar en 3 maanden. Ook de pensioenrichtleeftijd blijft hetzelfde.

AOW-leeftijd in 2024 niet omhoog
Vorig jaar is de AOW-leeftijd voor 2023 vastgesteld op 67 jaar en 3 maanden. Recente berekeningen van het CBS laten zien dat een 65-jarige in 2024 gemiddeld nog 20,63 jaar blijft leven. Dat komt neer op ongeveer 20 jaar en ruim 7 maanden. De AOW-leeftijd in 2024 blijft daarom gelijk: 67 jaar en 3 maanden. Ook de pensioenrichtleeftijd blijft in 2020 hetzelfde: 68 jaar. Minister Koolmees van Sociale Zaken schreef dit in een brief aan de kamer op 1 november 2018.

Automatische koppeling met de levensverwachting
In de Algemene Ouderdomswet (AOW) is de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd vastgelegd. Volgens deze wet vindt er met ingang van 2022 een automatische koppeling plaats met de ontwikkeling van de levensverwachting. Een eventuele verdere verhoging van de AOW-leeftijd berekent het CBS jaarlijks aan de hand van de gemiddelde levensverwachting op 65-jarige leeftijd. Het ministerie moet een dergelijke verhoging op basis van de resterende levensverwachting 5 jaar van te voren aankondigen

De belangrijkste wijzigingen in het Belastingplan 2019

De dividendbelasting wordt toch niet afgeschaft. De middelen die daardoor vrijkomen, gebruikt de regering voor het verbeteren van het vestigingsklimaat.

Wijzigingen in belastingplan 2019
Hierna zetten we de wijzigingen van het belastingplan 2019 op een rij. Daarbij refereren wij aan onze Prinsjesdagspecial 2018.

Verkorten maximale looptijd 30%-regeling
Met de 30%-regeling kunnen werkgevers onder maximaal 30% van het loon onbelast vergoeden aan werknemers die tijdelijk buiten het land van herkomst werken. De looptijd van deze regeling wordt nu met 3 jaar verkort van maximaal 8 tot maximaal 5 jaar. Het kabinet vindt dat na een verblijf in Nederland van 5 jaar geen sprake meer is van tijdelijk verblijf.

Het voorstel blijft om deze verkorting per 1 januari 2019 te laten gelden voor nieuwe én bestaande gevallen. Maar voor bepaalde gevallen wordt een uitzondering gemaakt: werknemers voor wie de looptijd van 5 jaar tussen 1 januari 2019 en 1 januari 2021 eindigt, behouden op grond van het overgangsrecht de 8-jaarstermijn. Het overgangsrecht voor de onbelaste vergoeding van schoolgelden voor het jaar 2018/2019 is ingetrokken.

Dividendbelasting toch niet afgeschaft
Het kabinet trekt het wetsvoorstel voor het afschaffen van de dividendbelasting in. De budgettaire derving van het afschaffen van de dividendbelasting (geraamd op € 1,9 miljard in 2020) wordt gebruikt voor verbetering van het vestigingsklimaat voor ondernemingen in Nederland. Het afschaffen van de dividendbelasting lag ook op Prinsjesdag politiek al erg gevoelig. Door het niet verplaatsen van het hoofdkantoor van Unilever van Londen naar Nederland kwam dit voorstel nog meer onder vuur te liggen. De Tweede Kamer heeft half november ingestemd met dit wetsvoorstel. De plannen zijn definitief na behandeling in de Eerste Kamer op 11 december en stemmingen op 18 december.

Tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting
De voorziene verlaging van het tarief in de 2e tariefschijf van de vennootschapsbelasting per 1 januari 2019 wordt uitgesteld en pas in 2020 verlaagd. Het tarief in de 1e schijf wordt in 2019 wel verlaagd naar 19%. In 2020 en 2021 worden de percentages van beide schijven versneld verlaagd. 

Tarief vennootschapsbelasting 2018 2019 2020 2021
Eerste schijf 20% 19% 16,5% 15%
Tweede schijf 25% 25% 22,5% 20,5%

Het afschaffen van de dividendbelasting lag ook op Prinsjesdag politiek al erg gevoelig. Door het niet verplaatsen van het hoofdkantoor van Unilever van Londen naar Nederland kwam dit voorstel nog meer onder vuur te liggen.

De discussie over de verdeling van het vrijkomende budget als gevolg het niet afschaffen van de dividendbelasting is nog niet beëindigd. De uitkomst van die discussie kan een eventueel instemming van de Tweede en Eerste Kamer met dit wetsvoorstel in de weg staan.

Verplichte AOV voor zelfstandigen, argumenten voor- en tegen...

Regelmatig wordt er geroepen dat zzp’ers zich verplicht zouden moeten verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Recent vanuit de bouw waar 2 op de 3 zzp’ers geen AOV heeft. Ook werkgeversorganisatie AWVN pleitte onlangs voor een verplichte AOV verzekering.Verplichte AOV raakt ondernemers die geen of weinig risico lopen De twee meest gehoorde argumenten voor verplichting:

Driekwart van de zzp’ers heeft geen AOV, maar loopt wel een fors financieel risico Zzp’ers willen wel een AOV, maar kunnen deze vaak niet afsluiten.Beide argumenten gaan beperkt op. Een analyse: Driekwart van de zzp’ers heeft geen AOV, maar loopt wel een fors financieel risico. Laat ik beginnen met te zeggen: een groot deel van de zzp’ers loopt helemaal geen fors risico. Voor veel zzp’ers is het zzp-inkomen namelijk niet het hoofdbestanddeel van het gezinsinkomen. Als dit stuk inkomen wegvalt, kan de zzp’er met zijn of haar gezin met het resterende inkomen gewoon verder leven. Daarnaast zijn er zzp’ers met een riante vermogenspositie die niet afhankelijk zijn van het zzp-inkomen.

Natuurlijk is er ook een groep zzp’ers die zonder AOV wél een fors financieel risico loopt. Het is belangrijk dat deze groep zich bewust is van dit risico. Hier ligt een taak voor ons als branche. Of zij zich vervolgens wel of niet verzekeren blijft één van de keuzevrijheden van de ondernemer.

Zzp’ers willen wel een AOV, maar kunnen deze vaak niet afsluiten
Ook dit argument wordt regelmatig gebruikt en gaat slechts in een beperkt aantal gevallen op. Ik geef een opsomming van de verzekeringsmogelijkheden voor drie doelgroepen die vaak aangehaald worden. Oudere zzp’ers: er zijn verzekeraars die zzp’ers accepteren tot vijf jaar voor de einddatum van de verzekering. Leeftijd is dus nauwelijks een beletsel om een AOV te sluiten.Zzp’ers met gezondheidsissues: verzekeraars kijken naar de gezondheidssituatie van de ondernemer. Dit kan een belemmering zijn voor het afsluiten van een AOV. Gelukkig zijn er goede alternatieven:

De vangnet-AOV van de private verzekeraar voor startende ondernemers, Vrijwillige voorzetting van ZW & WIA voor de zzp’er die uit loondienst komt en Het broodfonds voor kortdurende arbeidsongeschiktheid (twee jaar)

Zzp’ers met een zwaar beroep: een aantal verzekeraars biedt de mogelijkheid om – ook voor zware beroepen zoals in de bouw – te kiezen voor een verlengde eindleeftijd. Zo kan bijvoorbeeld een stukadoor een AOV-uitkering krijgen tot zijn 70ste mits hij voor zijn 55e arbeidsongeschikt wordt.

Conclusie
Het valt wel mee met de toegankelijkheid van de AOV voor de zzp’er, hoewel er wel ruimte is voor verbetering. Hetzelfde geldt voor de verzekeringsgraad. Die kan zeker omhoog en daar ligt qua bewustwording en informatie een mooie taak voor verzekeraars en adviseurs. Maar een verplichte AOV? De meeste zzp’ers zijn hier wars van en het raakt ook veel ondernemers die geen of weinig risico lopen. Dat moeten wij met zijn allen niet willen

AM

Bedrijfsgegevens

aov-zzp.nl is onderdeel van: 
Tune Financial Planning

Bezoekadres: (alleen op afspraak)

Rode gebouw waarop "Zuidstede" staat
Zadelstede 10  | De Pionier (4e verdieping nr. 5)

3431 JZ NIEUWEGEIN

030 - 6 30 88 30
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

AFM vergunning: 12002591
KIFID Klachteninstituut: 300.000439

Deze website is  SSL beveiligd 

©2019 Dreamview | Designed, Developed & Hosted by DreamView ICT & Internet Services